www.f1-planet.com - Special: When The Going Gets Tough
WHEN THE GOING GETS TOUGH 

 

 

  Bijlage: The Lives of The Big Cat
       
 

Anderhalve week geleden maakte Ford bekend dat ze zich terug trekt uit de Formule 1. Een beslissing die verregaande implicaties heeft voor de Formule 1, want niet alleen Jaguar Racing zal daardoor verdwijnen; ook het voortbestaan van Cosworth als motorenleverancier is twijfelachtig. En met dat gegeven dreigt de Formule 1 in één klap drie teams kwijt te raken. Een crisis dreigt.

F1-Planet.com's Stefan Zwinkels analyseerde de situatie.

 

 

 

Maandenlang gonsde het van de geruchten, maar toch kwam het voor de Formule 1 als een schok toen Ford op 17 september bekend maakte zich te zullen terug trekken uit de sport. Het besluit volgde op een lange, moeizame periode die het merk in de afgelopen jaren heeft doorgemaakt in de hoogste tak van de autosport. Ford, dat aan het einde van de jaren '60 en het begin van de jaren '70 de sport had gedomineerd, behaalde in de afgelopen tien jaar slechts twee overwinningen. De laatste niet eens met het eigen Jaguar team, maar als leverancier van de motoren aan Jordan dat met Giancarlo Fisichella de Grand Prix van Brazilië won in 2003.

Het was een trieste eindbalans die de miljoeneninvestering van de afgelopen jaren in Jaguar Racing nooit kon rechtvaardigen. In die zin was het weinig verrassend dat het bestuur van Ford tot deze conclusie is gekomen. Precies twee jaar geleden had het al weinig gescheeld, toen kreeg het team het voordeel van de twijfel nadat bestuursvoorzitter Richard Parry-Jones zich persoonlijk sterk had gemaakt voor Tony Purnell, die werd aangewezen om het team te leiden. Maar zelfs Purnell kon het tij bij het getergde Britse team niet keren. Wederom moest het team dit jaar strijden om de laatste vier plaatsen in het wereldkampioenschap en kwam ze tot op heden niet verder dan tien WK-punten.

De Blue Oval onwaardig en dus zat er een beleidsverandering aan te komen. De activiteiten in het World Rally Kampioenschap werden gestaakt en alles wees op een alles of niets situatie voor de Formule 1. Het werd het laatste. Zowel Jaguar als Cosworth worden door Ford te koop aangeboden en daarmee trekt ze zich volledig terug uit de autosport. Een zeer ingrijpende beslissing, want sinds ze aan het begin van de jaren '60 haar eerste stappen zette in de Formule 1 was het merk altijd in meer of mindere mate betrokken geweest bij de sport.

Voor de Formule 1 heeft die beslissing verregaande implicaties. Niet alleen dreigt ze daarmee na Prost en Arrows opnieuw een team te verliezen; twee andere teams, Jordan en Minardi, zijn voor hun voortbestaan bovendien sterk afhankelijk van de aanwezigheid van Cosworth. Het bedrijf dat ooit werd opgericht door Mike Costin en Keith Duckworth voorzag de privé-teams jarenlang van betaalbare klantenmotoren en anno 2004 was de Cosworth de enige competitieve en betaalbare krachtbron voor deze teams. Het voortbestaan van Cosworth als motorenleverancier is door de verkoop van Ford echter hoogst onzeker. Niet alleen verliest het bedrijf de fabriekssteun en de investeringen van het moederbedrijf, maar bovendien haar belangrijkste klant in Jaguar Racing. Daarvoor had zij sinds het team van Stewart werd omgedoopt in 2000 de CR-motoren gebouwd en daarmee een behoorlijke stap voorwaarts gemaakt. 

Door het wegvallen van Jaguar als belangrijkste afnemer is het onzeker of de Formule 1-tak van Cosworth zal voortbestaan. De leasing van klantenmotoren maakte slechts een klein deel uit van de totale bedrijfsactiviteit, goed voor zo'n $25 miljoen winst op jaarbasis. Dit echter met het gegeven dat de ontwikkelingskosten voor het overgrote deel werden gedragen door Ford cq. Jaguar Racing. Nu het onzeker is of en door wie het Jaguar team wordt overgenomen kunnen vraagtekens worden gezet bij de winstgevendheid van Cosworth in de Formule 1. 

Een ander probleem wordt gevormd door de onzekerheid rond het voortbestaan van Jordan. Eddie Jordan was lange tijd in onderhandeling met de rijke Al-Makhtoum familie uit Dubai, maar die deal vond op het laatste moment geen doorgang. Tegelijkertijd kampt het team echter met grote problemen om de budgetten voor 2005 rond te krijgen. Sponsor Benson & Hedges heeft haar bijdrage aan het team in de afgelopen jaren sterk afgebouwd en concrete interesse van nieuwe sponsors blijft uit. 

De verkoop van Jaguar en Cosworth plaatst het team bovendien voor nieuwe problemen. In de eerste plaats is er een aantrekkelijker alternatief voorhanden voor potentiële overnamekandidaten. In de tweede plaats is het onzeker of en tegen welke prijs het team nog Cosworth-motoren kan verkrijgen. Het tweejarige contract met Ford Europa loopt aan het einde van dit seizoen af en van deze deal wordt aangenomen dat Ford in stond voor een aanzienlijk deel van de eigenlijke prijs van de nieuwste Cosworth-motoren. Het mes snijdt voor Jordan dus aan twee kanten. Bronnen rond het team melden dat een nieuw contract met Cosworth het team $38 miljoen op jaarbasis zou kosten. Een bedrag buiten proporties voor het Britse team. Maar zolang er geen duidelijkheid is over het pakket voor 2005 nog meer moeite zal hebben om nieuwe sponsors te vinden.

De algemene verwachting is dat Cosworth Racing wel een nieuwe eigenaar zal vinden, maar dit biedt geen garanties voor de Formule 1-teams. Minardi heeft inmiddels wel al een contract met Cosworth voor de krachtbronnen in 2005, maar in hoeverre het bedrijf bij overname hieraan gebonden is, zal afhankelijk zijn van de exacte bewoordingen in het contract. Cosworth heeft de nieuwe TJ-motor inmiddels op de draaibank liggen. Of die ook daadwerkelijk ingezet zal worden zal afhangen van de begroting en de potentiële overnamekandidaten. 

Daarvoor moet dan met name gedacht worden aan bedrijven in de Verenigde Staten. Cosworth Racing haalt het leeuwendeel van haar omzet uit de verkoop van motoren aan teams in CART en de Indy Racing League onder de naam van Chevrolet. Echter, ook in de VS gaan stemmen op dat het Chrevrolet-project wellicht na 2004 wordt stop gezet. In dat geval zou de onderneming aanzienlijk minder aantrekkelijk zijn voor nieuwe kopers.

De verkoop van Jaguar Racing ligt een stuk moeilijker. Een nieuwe koper zal waarschijnlijk tussen de $150 miljoen en $200 miljoen op tafel moeten leggen om het team inclusief haar zo belangrijke inschrijving in het Formule 1-wereldkampioenschap over te nemen, maar daarnaast diep in het team moeten investeren om dit succesvol te maken. Een ander nadeel wordt gevormd door het feit dat Jaguar Racing minder activa heeft dan het op het eerste oog doet aanzien. Veel van de huidige kapitaalmiddelen van het team worden op leasebasis gebruikt. Wederom een getuigenis van het feit dat Ford maar in beperkte mate in Jaguar heeft willen investeren, maar het maakt het er voor de verkoop niet gemakkelijker op. Gevreesd wordt dat Jaguar bij verkoop van individuele activa, waaronder twee windtunnels, meer op zal leveren dan als geheel. Temeer omdat het bij elk van de potentiële overnamekandidaten zou gaan om een private inschrijving.  

Onder hen Christian Horner, die beoogt met zijn Formule 3000-team Arden Motorsport te promoveren naar de Formule 1; de Al-Makhtoum familie en een consortium dat zich zou scharen achter voormalig Formule 1-coureur Stefan Johansson. Interesse van nieuwe fabrikanten, zoals Audi/Volkswagen is er vooralsnog niet. Ook in dit geval geldt bovendien: pas als er op het vlak van de beschikbaarheid van de motoren meer duidelijkheid is zal men daadwerkelijk tot verkoop kunnen overgaan.

De tijd die daarvoor beschikbaar is, is echter beperkt. Op 15 november sluit de inschrijvingstermijn voor het Wereldkampioenschap Formule 1 van 2005. Op dat moment zal er duidelijkheid moeten zijn over de hoedanigheid van het nieuw te vormen team. Mocht dit niet slagen, dan staat de Formule 1 voor een grote omslag. In dat geval zouden er in het beste geval maar achttien auto's ingeschreven staan, wat wordt bestreden door bepalingen in het Concorde Verdrag. Dat schrijft een minimaal startveld van twintig auto's voor. Mocht het aantal van tien teams niet gehaald worden, dan zal de top-6 van het huidige kampioenschap het startveld moeten aanvullen met een derde auto.

Een ingrijpende verandering die het huidige format van de Formule 1 danig op de schop zou nemen. De derde inschrijving zou onder de huidige voorschriften niet meestrijden om de punten en effectief daadwerkelijk slechts als veldvulling fungeren. Het zou de kosten voor de teams daarentegen zodanig opdrijven dat er voor de huidige privéteams nauwelijks meer ruimte zou zijn. Sauber, dat nu als zesde is geklasseerd en nu op vrijdagen zelfs geen derde auto inzet zou volgens de regels met een derde inschrijving moeten komen, maar kan zich dit nooit veroorloven. Maar er is meer:

"Je zou een compleet nieuwe groep monteurs moeten inzetten die aan die derde auto werken. Waarschijnlijk de mensen die normaal gesproken in het testteam functioneren. Het zou een of twee reservechassis extra kosten, want je wilt niet de kans lopen dat één van de reguliere rijders niet aan de race zou kunnen deelnemen. Ten slotte zou je ruimte te kort komen in de pitboxen, want de organisatie van het team alleen maar chaotischer zou maken. De grote teams realiseren zich dat het waarschijnlijk tussen de twintig en dertig miljoen extra zou kosten", aldus Minardi-teambaas Paul Stoddart.

En twintig tot dertig miljoen is ook voor de fabrieksteams bijzonder veel geld. Stoddart ziet het somber in wanneer het inderdaad tot drie inschrijvingen per fabrieksteam komt. De kleinere teams zouden aan exposure minder te bieden hebben en bovendien kansloos zijn tegen drie inschrijvingen van fabrieksteams. "Behoed je voor de dag dat er geen privé-teams meer zijn in de Formule 1, want dat zou het einde betekenen van de sport. Simpelweg omdat de fabrikanten het zich niet kunnen veroorloven om als laatste te eindigen in het kampioenschap. Als je de privé-teams verliest zul je zien dat de fabrikanten zich één voor één zullen terugtrekken. Je kunt op maandagochtend geen auto's verkopen als je inschrijvingen als op twee na laatst, voorlaatst en laatste finishen"

Hoewel het wellicht wat pessimistisch klinkt, heeft Stoddart daar een belangrijk punt. De privé-teams zoals Jordan en Minardi kunnen het zich veroorloven om als laatste in het kampioenschap te finishen. Fabrikanten niet. Bij het uitblijven van succes zijn nieuwe investeringen op een bepaald moment niet meer te rechtvaardigen. Dat is nu al zo bij Ford met een serie zevende en achtste plaatsen. Laat staan wanneer een fabrikant daadwerkelijk de laatste startrijen zou moeten innemen. 

Het maakt dat de gesprekken omtrent de nieuwe reglementen en een nieuwe commerciële invulling van de sport van het grootste belang zijn voor het voortbestaan van de Formule 1. Er zal gezocht moeten worden naar een houdbare oplossing die het startveld voor de middellange termijn kan waarborgen. De beschikbaarheid van betaalbare motoren zal daarin een cruciale factor zijn. Alleen dan zullen de privé-teams in staat zijn om te kunnen blijven voortbestaan en kan het huidige concept met twee auto's per team gehandhaafd blijven.

 

 

Na een betrokkenheid van zo'n veertig jaar trekt Ford zich terug uit de Formule 1.

 

 

De laatste zege werd behaald door Jordan en Giancarlo Fisichella tijdens de Grand Prix van Brazilië vorig jaar.

 

 

De verkoop van Cosworth heeft verregaande implicaties voor de Formule 1, dat in één klap drie teams dreigt te verliezen.

 

 

Jordan en Minardi zijn sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van betaalbare klantenmotoren.

 

 

Het overgrote deel van de omzet behaalt Cosworth uit de verkoop van motoren aan teams in IRL en CART.

 

 

In vijf seizoenen heeft Jaguar de sprong naar voren nooit kunnen maken.

 

 

Christian Horner wil met zijn F3000-team Arden promoveren naar de Formule 1.

 

 

Mocht het aantal van tien teams niet gehandhaafd blijven, dan zal de top-6 het veld moeten aanvullen.

 

 

Minardi-baas Paul Stoddart waarschuwt voor het verdwijnen van privé-teams.