www.f1-planet.com - Special: Standing The Heat
STANDING THE HEAT

 

 

  Bijlage: Nomex® maakt het verschil
       
 

Brand is een van de grote gevaren waaraan een coureur en zijn team gedurende een Grand Prix kan worden blootgesteld. Hoewel in het kader van de veiligheid de meeste aandacht altijd uitgaat naar crashimpacts, is brandgevaar iets dat op de achtergrond altijd aanwezig is. Het is dan ook niet voor niets dat de teams zich er onder leiding van de FIA in de afgelopen decennia steeds beter tegen hebben gewapend.

 

 

 

Het is tijdens de Grand Prix van Duitsland 1994 op het circuit van Hockenheim als de Formule 1 ontsnapt aan een nieuw rampscenario. In de vijftiende ronde gaat het mis als Jos Verstappen voor Benetton zijn eerste pitstop maakt. Bij het losmaken van de tankslang ontsnapt er zichtbaar een flinke hoeveelheid benzine. Van het ene op het andere moment gaat de Benetton op in een enorme vuurzee. Enkele monteurs vatten vlam en Verstappen weet ternauwernood uit de brandende auto te ontsnappen. Als slechts enkele tellen later het vuur is gedoofd, blijkt iedereen het er met hooguit wat lichte brandwonden vanaf te hebben gebracht.

Het was dankzij de maatregelen van de FIA dat de monteurs en de coureur ernstigere verwondingen bespaard bleven. Aan het begin van dat jaar werd het bij de herinvoering van het bijtanken verplicht gesteld dat alle aanwezigen in de pitstraat brandwerende kleding moeten dragen. Een maatregel die zich, eerder dan men ooit had kunnen vermoeden, overduidelijk uitbetaalde. Het was alweer wat jaren geleden dat de Formule 1 met de gevaren van vuur geconfronteerd werd. De laatste keer was in 1989 toen Gerhard Berger in Imola ternauwernood aan de dood ontsnapte. Er volgde het besef dat brandgevaar feitelijk nooit helemaal uit te bannen is uit de autosport, maar dat je je er hooguit zo goed mogelijk tegen kunt beschermen.

Brandwerende kleding is dan ook al jaren een vereiste in alle takken van autosport. In 1968 vaardigde de FIA voor het eerst de aanbeveling uit aan coureurs om brandvertragende overalls te dragen. Zeven jaar later zou dit definitief verplicht gesteld worden. Op dat moment had de technologie op dit gebied een enorme vlucht genomen. Chemieconcern DuPont had inmiddels een brandvertragende kunststofvezel ontwikkeld, die de basis zou vormen voor de hedendaagse veiligheidskleding: Nomex. Dit materiaal heeft in tegenstelling tot andere natuurlijke vezels, zoals katoen, een langere ontbrandingstijd en is bovendien hittebestendig. Het zorgde daardoor voor een revolutionaire verbetering ten aanzien van de brandveiligheid.

Sinds de uitvinding van de vezel aan het begin van de jaren '60 heeft DuPont het product met succes doorontwikkeld en brandvertraging nog verder kunnen verlengen door de patronen waarin het materiaal wordt vervaardigd te verbeteren. Een overall bestaat uit drie lagen Nomex, waarbij er tussen de verschillende lagen lucht wordt gelaten. Zo zijn ontstaan er miljoenen 'luchtkussentjes' die bij brand voorkomen dat het vuur zich via het materiaal verspreidt. Dit principe wordt verder doorgevoerd in het patroon van het eindproduct; de raceoverall. Die wordt vervaardigd in een ruitvorm. Zoals zichtbaar wordt door de stiksels op de overall, wordt ook op deze schaal segmentatie toegepast.

Hoewel er in totaal vier verschillende materialen worden gebruikt, bestaat de race-overall voor 100% uit Nomex-vezels. De FIA ziet erop toe dat de overalls voldoen aan een kwaliteitsnorm, de FIA 8856-2000 standaard die sinds 1986 geldt in de autosport. Hoewel die normering dus al enige tijd bestaat, proberen ook de diverse producenten van race-overalls de grenzen voortdurend te verleggen. 

Behalve de brandvertraging heeft de overall uiteraard nog meer functies. In de eerste plaats heeft het een kledingfunctie voor de coureur en dus heeft de nadruk in de afgelopen decennia vooral op comfort gelegen. In tegenstelling tot katoen heeft synthetische kleding vaak als nadeel dat het te weinig ademing toestaat, waardoor de coureur zich al snel onbehaaglijk kan voelen. Daarnaast vormt ook de opnamecapaciteit voor transpiratie een belangrijke factor. DuPont heeft inmiddels met succes Nomex-materialen ontwikkeld die aan al deze vereisten voldoen. Die stoffen komen vooral terug in het ondergoed en de balaclava die de coureur onder zijn overall en helm draagt. Door ook onder de overall nog eens een extra laag Nomex-materiaal te dragen, blijft de coureur tot minimaal twaalf seconden vrij van tweedegraads brandwonden.

Het verschil ten opzichte van katoen is enorm te noemen. Om het kwaliteitsaspect voortdurend in het oog te houden maakt DuPont gebruik van een simulatieopstelling, waarbij een dummy gehuld in testmateriaal bloot wordt gesteld aan extreme temperaturen. Doordat in de autosport benzine en olie vaak ten grondslag liggen aan brand, wordt rekening gehouden met temperaturen die oplopen tot 1000'C. Verschillende sensoren die zijn aangebracht op de dummy meten de temperatuur, die gekoppeld kan worden aan bepaalde verbrandings- verschijnselen. Het resultaat is enorm te noemen. Tests met de Thermo-Man wijzen uit dat iemand gehuld in katoenen kleding al na 4,5 seconde voor 58% tweede- en derdegraads brandwonden heeft opgelopen. Bij Nomex-kleding ligt dit percentage na acht seconden pas op 18%. 

Een belangrijke vereiste bij de productie van overalls voor de autosport is dat er rekening moet worden gehouden met het aanbrengen van sponsorlogo's. Vroeger zorgde dit voor grote paradoxen ten aanzien van de veiligheid, omdat de logo's vaak als badges werden aangebracht op de overalls. Zeker in de eerste jaren dat Nomex-overalls werden gebruikt, waren die badges nog vaak van katoen, waardoor de sponsoring feitelijk ten koste ging van de veiligheid. Anno 2004 is dit al lang niet meer het geval. Doordat de sponsoring van de teams gedurende een seizoen relatief stabiel is, worden de logo's tegenwoordig integraal aangebracht op de overalls. Door middel van computergestuurde machines worden de logo's met eveneens brandvertragende stiksels aangebracht op de overalls. In het geval van McLaren, dat sinds dit jaar gebruik maakt van overalls van Sparco, gebeurt dit tot op de honderdste millimeter nauwkeurig. 

Gezien de omstandigheden waaraan coureurs zijn blootgesteld is het benodigde aantal overalls per seizoen bijzonder hoog. Kimi Räikkönen en David Coulthard verbruiken gedurende een seizoen zo'n veertig overalls. Niet alleen vanwege het feit dat de overalls in de extreme omstandigheden snel vies worden, maar ook omdat tabaksreclame niet in alle landen op de overalls en auto's mag worden gevoerd. Een aantal overalls is dus uitgevoerd zonder tabaksreclame. De vervaardiging van race-overalls is dan ook een bedrijfstak op zichzelf, vooral ook omdat op ieder niveau, of het Formule 1 betreft of een amateurrace karting, brandwerende kleding verplicht is gesteld.

En alles is maatwerk. Een coureur moet zich ondanks de benauwende positie in de auto goed voelen in zijn overall en zich vrij kunnen bewegen. Daarom is het van belang dat de overall precies past. Van iedere coureur worden alle maten opgenomen. Alvorens een fabrikant aan het werk gaat, houdt die bovendien rekening met de persoonlijke wensen van een coureur. De ene coureur heeft de voorkeur voor een nauwe, goed omsluitende overall, zoals onder anderen David Coulthard en Mark Webber. Een ander heeft liever een wat ruimere, zoals Kimi Räikkönen en Nick Heidfeld.

In de Formule 1 zijn in totaal vijf verschillende fabrikanten actief. Daarvan had Sparco, een Italiaans bedrijf dat al sinds het verplicht stellen ervan Formule 1-teams voorziet van brandvrije kleding, traditioneel de meeste teams onder haar hoede, maar dit seizoen ligt dat voor het eerst anders. Behalve McLaren heeft zij alleen Toyota onder haar hoede. De belangrijkste concurrentie komt van Puma, dat na de raceschoenen sinds vorig seizoen ook race-overalls vervaardigt voor de Formule 1. Williams, Sauber, Jordan en Minardi maken er gebruik van. Het eveneens Italiaanse OMP voorziet Michael Schumacher persoonlijk van zijn Ferrari-overalls, terwijl de rest van het Ferrari-team werkt met Sabelt-kleding. Een opmerkelijke situatie, die wel onderstreept hoeveel belang een coureur kan hechten aan zijn werkkleding. Daarnaast is ook Jaguar verbonden aan OMP. B.A.R. en Renault ten slotte, maken gebruik van Alpinestars producten, een merk dat haar oorsprong heeft in de motorsport.

Op dit moment wordt door de Safety Commission van de FIA gekeken of de huidige FIA-standaard de coureurs en pitcrews voldoende bescherming biedt. De geldigheid van de FIA 1986 Homologation Standard, waarin de veiligheidsvereisten ten aanzien van veiligheidskleding zijn vastgelegd, verloopt aan het einde van dit jaar. De huidige standaard ten aanzien van brandveiligheid is in combinatie met de standaard van de medische voorzieningen en training van marshals hoogwaardig te noemen. De algemene verwachting is dat de huidige succesvolle standaard gehandhaafd blijft. Echter met de kanttekening dat het noodzakelijk is om te blijven waken voor veiligheid en de grenzen, waar mogelijk, te blijven verleggen. 

 

 

In 1994 ontsnapte de Formule 1 aan een rampscenario toen de Benetton van Jos Verstappen in brand vloog.

 

 

Brandwerende kleding is inmiddels al drie decennia verplicht.

 

 

DuPont ontwikkelde een synthetische vezel die brandvertragend werkt: Nomex®.

 

 

Simulaties met de Thermo-Man wijzen uit dat Nomex® een zeer goede bescherming biedt.

 

 

De logo's worden tegenwoordig volledig geïntegreerd in de overall.

 

 

De vervaardiging van de logo's gebeurt volledig computer gestuurd.

 

 

De FIA ziet streng toe op de veiligheid. Iedere overall krijgt een uniek nummer mee.