www.f1-planet.com - Special: When All Love Seemed Lost
WHEN ALL LOVE SEEMED LOST 

 

 

 

Tien jaar geleden verloor de Formule 1 in Ayrton Senna een van haar beste coureurs aller tijden. Wat velen echter niet weten, is dat zij de drievoudig wereldkampioen al eens eerder dreigde te verliezen. Niet door een tragisch ongeval zoals in Imola, maar aan de concurrerende IndyCar Series. Het was op op een van de donkere dagen voor Kerst 1992 dat Ayrton Senna op een tweesprong in zijn carrière belandde...

In de aanloop naar de Grand Prix van de VS blikt F1-Planet.com terug op de dag die de autosport ingrijpend had kunnen veranderen.

 

 

 

Het is 23 december 1992 als op de Firebird Raceway in Phoenix Arizona een coureur onder belangstelling van een aantal prominenten eenzaam zijn rondjes rijdt in een Champcar van het team van Roger Penske. Het is niemand minder dan Ayrton Senna da Silva, drievoudig wereldkampioen Formule 1. Uit pure nieuwsgierigheid, zo luidde de beredenering. Maar, zoals later zou blijken, was het meer dan alleen door nieuwsgierigheid gedreven dat Ayrton Senna de oversteek waagde naar de Verenigde Staten.

Het seizoen 1992 was voor Senna bijzonder teleurstellend verlopen. Hij had de wereldtitel verloren aan Nigel Mansell, die het kampioenschap compleet had gedomineerd in de Williams Renault. Senna daarentegen behaalde in zijn McLaren Honda slechts drie overwinningen en was vierde in de eindstand. Vooral qua grip in de bochten kon de McLaren de Williams niet aan. De Williams FW14B was uitgerust met een innovatieve actieve wielophanging, die de rijhoogte van de auto aanpaste aan de karakteristieken van het circuit. Zo kon er op het rechte stuk extra snelheid worden gewonnen door de auto tot minimale rijhoogte te laten zakken, zonder dat dit in de bochten voor problemen zorgde. 

Voor McLaren daarentegen was Honda's nieuwe V12-motor geen succes gebleken. In tegenstelling tot de voorgaande seizoenen lukte het de Japanners niet de krachtbron - en vooral ook de versnellingsbak - betrouwbaar te krijgen. Het resultaat was, dat Senna al vroeg in het seizoen diverse keren uitviel. De problemen zorgden voor twijfel bij Honda over het voortzetten van het F1-project. In de voorgaande jaren waren alle doelstellingen ruimschoots bereikt. 1988 had geresulteerd in een complete walk-over van de beide McLaren Honda's die in totaal 15 van de 16 Grand Prix' op hun naam brachten. Ook in de daaropvolgende jaren was het succes overweldigend geweest. De manier waarop zij in 1992 echter te kijk werd gezet door concurrent Renault kwam hard aan in het Honda-kamp, dat in de zomer van 1992 definitief besloot zich aan het einde van dat jaar terug te trekken.

Enkele maanden daarna kreeg Ayrton Senna opnieuw een teleurstelling te verwerken, toen bleek dat niet hij, maar aartsrivaal Alain Prost de opvolger zou worden van Nigel Mansell bij Williams. Het betekende dat de Braziliaan weinig andere opties had dan te blijven bij McLaren. Dat had echter nog geen andere fabrikant weten te strikken voor het seizoen 1993. Volgens Senna echter was de steun van een fabrikant een absolute voorwaarde om competitief te zijn. Maar hoewel het einde van het seizoen '92 in zicht kwam, leek er nog altijd geen veranderingen in te zitten. Mercedes, dat in 1993 zou debuteren beraadde zich nog op haar plannen en Peugeot, dat een jaar later zou debuteren, had haar motoren nog niet gereed. Ondanks lobby's van Ron Dennis was het bovendien uitgesloten dat McLaren in 1993 Renault-motoren zou krijgen.

Het feit dat hij weinig keuze had, zorgde ervoor dat Senna's onderhandelingspositie in de gesprekken met McLaren verre van sterk was. Ron Dennis moest Cosworth de hoofdprijs betalen voor het gebruik van de Ford-motoren en was niet van plan Senna's forse looneisen in te willigen. De onderhandelingen verliepen lange tijd uiterst moeizaam. Senna wilde koste wat kost dat Dennis voor goede motoren zou zorgen en weigerde water bij de wijn te doen waar het zijn salaris betrof. Ron Dennis had in testrijder Mika Hakkinen een uitstekende reserve tot zijn beschikking en had daarbij de Amerikaan Michael Andretti aangetrokken voor 1993.

Het bracht Senna sterk aan het twijfelen over zijn toekomst. Behalve de teleurstellingen van het seizoen was er bovendien het slepende conflict geweest met FISA-president Jean Marie Balestre. De betrekkingen tussen Senna en de FISA waren in de voorgaande jaren aanzienlijk bekoeld door de vele incidenten en meningsverschillen. Het was Balestre een doorn in het oog geweest hoe de kampioenschappen van 1989 en 1990 waren beslist en hij verafschuwde het gebrek aan respect dat hij kreeg van de Braziliaan. Senna had op zijn beurt zijn buik vol van de bureaucratische manier waarop Balestre de internationale automobielfederatie bestuurde en uitte zich regelmatig kritisch in de pers. Hij had zich bestolen gevoeld nadat Balestre zijn diskwalificatie had doorgezet in de seizoensfinale van 1989. Een jaar later was een ruzie om de kant van pole-position op datzelfde circuit de aanleiding geweest voor de tweede aanvaring tussen Senna en Prost. Hoewel dat alles inmiddels al zo'n twee jaar geleden was, zat het Senna nog altijd dwars hoe er door de FIA werd opgetreden. Zelfs na het aftreden van de FISA-president vielen er harde woorden en het kostte de nieuwe FIA-president, Max Mosley, veel moeite om de gemoederen te sussen.

Senna's komst naar de Phoenix Firebird Raceway was op uitnodiging van zijn landgenoot Emerson Fittipaldi. De wereldkampioen Formule 1 van 1972 en 1974 reed sinds halverwege de jaren '80 in de Champcars. Fittipaldi wist teameigenaar Roger Penske te overtuigen Senna een test aan te bieden. Destijds stonden de Champcars, toen nog IndyCars, er aanmerkelijk beter voor dan tegenwoordig. In 1993 was er van een splitsing van het kampioenschap in CART en IRL nog geen sprake. Met tal van grote namen stond de serie op het hoogtepunt van haar roem en leek ze een serieuze concurrent te zullen worden van de Formule 1. Op het moment dat Senna zijn ronden reed in Phoenix, was Nigel Mansell als regerend wereldkampioen Formule 1 overgestapt naar het IndyCar team van Newman Haas. Competitie beloofde er dus zeker te zijn in het geval dat Senna hem zou volgen.

Senna zelf zei echter met een 'open mind' aan de test te beginnen en zeker geen voorbarige besluiten te zullen nemen. Ondanks dat hij een mindere periode doormaakte, had hij nog altijd een sterke band met de Formule 1. Het was zijn wereld, zijn territorium en het zou hem zwaar vallen om daar afstand van te doen. Dit ondanks het feit dat hij in toenemende mate teleurgesteld was over de ontwikkelingen die zijn sport doormaakte. De afnemende inhaalmogelijkheden en de toenemende verharding van de Formule 1 gingen hem aan het hart. Vooral de manier waarop de sport vercommercialiseerde, stond hem tegen, maar de passie voor het racen en de gedrevenheid om te winnen was er nog steeds.

Ayrton legde in totaal vijfentwintig ronden af in de Penske Chevrolet. Binnen enkele ronden had hij de volledige beheersing over de auto en wist hij tijden te zetten, die die van de gevestigde namen binnen IndyCar dicht benaderden. Na iedere run wist hij zeer gedetailleerd verslag te doen van het weggedrag van de auto. Iets wat met belangstelling werd gevolgd door gevolgd door Emerson Fittipaldi, teameigenaar Roger Penske en coureurs Rick Mears en Paul Tracy. Na afloop van de test was Senna opgelaten. "Het was een geheel nieuwe ervaring voor mij, iets compleet nieuws. Ik heb er echt van genoten en dat is het belangrijkste wat er is voor een coureur".

"De auto is beter bestuurbaar dan een F1-auto. Er is een grotere rol weggelegd voor de coureur. Het voelde zoals de Formule 1-auto's vroeger aanvoelden. En ik denk dat het ook zo moet zijn. Het publiek maakt het niet uit of we vijf seconden sneller of langzamer gaan qua rondetijden. Het belangrijkste is, dat de wedstrijd wordt beslist door de coureurs en niet door de auto's. Ik denk dat de Formule 1 daarin een fout heeft gemaakt, vooral de laatste jaren."

"Een jaar geleden gaf ik nog niet zoveel om de IndyCar Series. Maar gedurende dit jaar, heb ik door de moeilijke situatie in de Formule 1 op dit moment, zowel in politiek als sportief opzicht, veel van mijn enthousiasme voor de Formule 1 verloren. Nu ik dit heb geprobeerd, heb ik op het mentale vlak weer een gevoel teruggekregen dat ik nodig heb voor mijn rijden". 

Toch zou Ayrton Senna afzien van een verdere carrière in de Verenigde Staten. Na lange en moeizame onderhandelingen zou hij op basis van losse contracten per wedstrijd toch voor McLaren uitkomen in 1993. Penske legde op zijn beurt Fittipaldi en Paul Tracy vast. 

Zijn uitstapje naar de IndyCars zou Senna later iets meer relativeren. Vooral het gevaar van de ovals stond hem tegen: "Een van de limiterende aspecten van het Indy racen zijn de snelheden die worden bereikt op de ovals. Het is heel moeilijk: Als je een mechanisch probleem krijgt of een fout maakt, wacht de betonnen muur. Dus je kunt er maar beter vandaan blijven".

Wat duidelijk blijkt, is dat de test achteraf bezien op dat punt in zijn carrière van grote waarde is geweest voor Ayrton Senna. Het deed hem beseffen waar het voor hem in het racen om ging en welke voldoening het kan brengen. Wat dat betreft zou de IndyCar-test als cruciaal kunnen worden aangemerkt voor het besluit om toch zijn Formule 1-carrière voor te zetten; ondanks de minder goede vooruitzichten voor het jaar 1993. 

Ondanks het matige pakket dat McLaren in dat seizoen tot haar beschikking had, oogde Senna volgens velen scherper dan hij in het voorgaande jaar was geweest. Het team had geen fabrieksmotoren kunnen bemachtigen, waardoor ze het moest doen met de matige V8-klantenversie van de Ford-motor, een krachtbron die nog zwakker was dan die van concurrent Benetton. Desondanks wist Ayrton Senna dat jaar vijf overwinningen te behalen en als tweede te eindigen in het kampioenschap. Het zou helaas zijn laatste volledige seizoen zijn...

 

 

Op 23 december 1992 testte Ayrton Senna op een verlaten Firebird Raceway een Penske IndyCar.

 

 

De test vond plaats op uitnodiging van zijn landgenoot Emerson Fittipaldi.

 

 

 

De teleurstellingen in de Formule 1 deden Senna besluiten het aanbod te accepteren.

 

 

 

De uiterlijke verschillen met de McLaren waren minimaal, want ook Penske werd door Marlboro gesponsord.

 

 

  In totaal legde Ayrton vijfentwintig ronden af in de Penske Chevrolet.

 

 

 

De toeschouwers, waaronder Rick Mears en Paul Tracy, waren onder de indruk.

 

 

 

Het zou ondanks het succes geen vervolg krijgen. Senna bleef de Formule 1 trouw.