www.f1-planet.com - Special: Racing Around The Clock
RACING AROUND THE CLOCK 

 

 

 

Voor het weekend van 12 en 13 juni staat traditioneel de 24 Uur van Le Mans op de kalender. Een wedstrijd die samen met de Grand Prix van Monaco en de Indy 500 behoort tot de absolute raceklassiekers. En hoewel de organisatie ervan volledig los staat van die van het Wereldkampioenschap Formule 1, zijn er in de afgelopen decennia veel raakvlakken geweest tussen beide series en zijn er diverse F1-coureurs geweest die er hebben gereden.

 

 

 

Het tweede weekend van juni staat in de autosport altijd traditioneel in het teken van de 24 Uur van Le Mans. De   Formule 1 zoekt in dat weekend wijselijk haar heil in Canada, want dat ene weekend in het jaar reizen autosportfans massaal af naar dat kleine plaatsje onder Parijs. Jaarlijks worden mens en machine daar zwaar op de proef gesteld tijdens een 24 uur lange uitputtingsslag. De 24 Uur van Le Mans gaat dan ook niet zo zeer om snelle rondetijden of gedurfde inhaalacties, maar om binnen 24 uur een zo groot mogelijke afstand af te leggen.

Het endurance racen is verschilt daarmee op een belangrijk punt van alle andere klassen in de autosport: niet de afstand is vastgesteld maar de tijd waarbinnen geracet wordt. 24 Uur lang, wat de teams en coureurs niet alleen voor een fysiek loodzware uitdaging stelt, maar ook de praktische implicatie heeft dat een groot deel van de race in het donker wordt verreden. Behalve de lange afstand die moet worden afgelegd, krijgen de rijders en monteurs nauwelijks nachtrust, wat de belasting nog eens fors verhoogt.

Het endurance racen vond zijn oorsprong aan het begin van de vorige eeuw. Omdat de autotechniek nog in de kinderschoenen stond, werd door fabrikanten een uitdaging gezien in het testen van de betrouwbaarheid. Opvallend genoeg was het de Automobile Club de Sarthe die zo'n race voor het eerst in organisatieverband opzette. Deze vereniging van welgestelde automobielfabrikanten was eerder ook al verantwoordelijk voor de eerste allereerste Grand Prix. De eerste 24 Uur van Le Mans vond plaats onder uiterst slechte weersomstandigheden. Storm en regen teisterden de toen 17,6 kilometer lange baan, maar desondanks ging de race om klokslag 16.00 uur van start om precies een dag later te worden afgevlagd.

In totaal waren er op dat moment al vijfendertig inschrijvingen van in totaal achttien verschillende fabrikanten. De belangstelling om deel te nemen zou in de jaren daarna nooit echt verdwijnen. De drempel om deel te nemen lag niet zo hoog als in toenemende mate het geval was bij de internationale Grand Prix'. De prestige die al vroeg aan de 24 uursrace van Le Mans verbonden werd, was bovendien een belangrijk motief voor fabrikanten om deel te nemen. In sportief opzicht stimuleerde het lange tijdskader de competitie. Een fabrikant kon immers risico's nemen door nieuwe technologieën in te zetten in de hoop daarmee de concurrentie een stap voor te zijn, maar die zou zich wel gedurende het volledige etmaal moeten bewijzen. Wanneer dat niet het geval was, stond je alsnog met lege handen.

Hoewel het Wereldkampioenschap Formule 1 vanaf de jaren '50 in toenemende mate aan aantrekkingskracht won vanwege het internationale karakter en de hoogwaardige technologie, bleef Le Mans de fabrikanten trekken. Waar de Formule 1 uitgroeide tot een kapitaalintensief platform, bleef Le Mans een relatief goedkope manier om de betrouwbaarheid van het merk te tonen in competitieverband.

Daar kon zelfs het beruchte ongeluk van 1955 niets aan veranderen. Bij dat ongeval werd de Mercedes-Benz van Pierre Levegh na een ontwijkende actie gelanceerd, raakte in brand en belandde in de menigte langs de baan. Binnen enkele seconden beroofde het 82 toeschouwers van het leven en raakten 76 mensen ernstig gewond. Het was - en is nog altijd - het grootste ongeluk dat ooit had plaatsgevonden en het had internationaal een enorme impact op de autosport. Als gevolg zou Mercedes zich, zwaar aangeslagen, voor decennia terugtrekken uit de autosport en zou het de aanleiding zijn voor Zwitserland om autosport binnen haar grenzen volledig uit te bannen. Een verbod dat tot op de dag van vandaag nog altijd geldt.

Le Mans zou echter opvallend snel herstellen van de enorme klap die het evenement te verwerken kreeg. Her en der gingen ook in Frankrijk stemmen op om het evenement te verbieden, maar een jaar later zouden er toch weer maar liefst zestig auto's aan de start staan en stond de 24-uursrace aan de vooravond van een glorieuze periode, waarbij legendarische merken als Ferrari, Jaguar, Lotus, Aston Martin en Porsche het tegen elkaar opnamen. Waar de deelnemers in eerste instantie voornamelijk Frans waren, kreeg het evenement steeds meer een internationaal karakter.

Vanaf de jaren '50 trok het evenement de grote namen uit de autosport. Destijds namen coureurs nog in uiteenlopende klassen deel en de meeste wilden de uitdaging van Le Mans niet aan zich voorbij laten gaan. Behalve de uitdaging van het endurance racen vereist Le Mans een hoge mate van teamwork. Coureurs wisselen elkaar af in de auto en fungeren als integraal onderdeel binnen het team. Het is dan ook geen uitzondering dat, wanneer de ene coureur uitstapt, hij de ander helpt bij het instappen wanneer er tussentijds een rijderswissel plaatsvindt. Zeker vandaag de dag een wereld van verschil met het individualisme dat in andere klassen van autosport de boventoon voert.

Van de coureurs die ooit succesvol waren in de Grand Prix' prijken de legendarische namen van Tazio Nuvolari, Juan Manuel Fangio en Stirling Moss wel ergens op een deelnamelijst van Le Mans. Nuvolari wist het evenement zelfs tweemaal op zijn naam te brengen: in 1933 en '34 zegevierde de Italiaan in een Alfa Romeo. In tegenstelling tot zijn lange successenreeks in de Formule 1 wist Juan Manuel Fangio daarentegen Le Mans nooit op zijn naam te brengen. Vier maal nam de Argentijnse vijfvoudig wereldkampioen deel voor uiteenlopende merken, maar in alle gevallen moest hij voortijdig naar de kant. Sir Stirling Moss zou zelfs tien keer deelnemen aan de 24 Uur, maar ook hij bleef met lege handen.

Succes in de Formule 1 is dus lang geen garantie voor succes in Le Mans. Niet voor niets zijn het totaal verschillende disciplines, maar het toont ook aan dat zelfs wanneer je als gevestigde naam voor een sterk merk uitkomt, dit nog geen enkele garantie is voor succes. Behalve Fangio zouden ook de latere Formule 1-wereldkampioenen Jack Brabham, Jackie Stewart, Mario Andretti, Alan Jones en Nelson Piquet vergeefse pogingen doen om de 24 Uur van Le Mans op hun naam te brengen. Tot op heden lukte het alleen Phil Hill, Jochen Rindt en Graham Hill om zowel het Wereldkampioenschap Formule 1 als een overwinning in de 24 Uur van Le Mans te behalen.

Van hen behaalde alleen Phil Hill overigens de zege met hetzelfde merk als waarin hij wereldkampioen werd: Ferrari was begin jaren '60 in beide klassen oppermachtig en behaalde jaren achtereen zeges in Le Mans. In 1961 won Hill zowel Le Mans als het wereldkampioenschap. Hij won de 24 Uur bovendien in 1958 en 1962. Jochen Rindt zou in 1970 postuum kampioen worden met Lotus, maar vijf jaar eerder won hij al op 23-jarige leeftijd in Le Mans met Ferrari. Graham Hill ten slotte zou na zijn successen in de Formule 1 in 1972 winnen met Matra Simca.

Hoewel de coureurs zich tegenwoordig dus voornamelijk op één klasse richten, is Le Mans nog altijd zeer populair bij ex-Formule 1-coureurs. Mannen als JJ Lehto, wijlen Michele Alboreto, Stefan Johansson, Pierluigi Martini en Allan McNish brachten de race op hun naam. De meeste Le Mans-overwinningen door een oud-Formule 1-coureur werden behaald door Jacky Ickx. De Belg won de race tussen 1969 en 1982 maar liefst zes keer. Dit is ook het recordaantal zeges ooit behaald.

Van de huidige generatie Formule 1-coureurs heeft alleen Mark Webber ooit op Le Mans gereden. Dat was voor de Australiër overigens geen onverdeeld genoegen: in 1999 zou hij tot tweemaal toe een vergelijkbaar levensgevaarlijk ongeluk meemaken. In de voorbereidingen op donderdag werd de Mercedes op het rechte stuk van Mulsanne richting Indianapolis plotseling door de sterke wind geschept en metershoog de lucht in geslingerd. De Mercedes reed bij Mulsanne over de beroemde heuvel, waardoor een onderdruk ontstond onder het chassis. De kracht waarmee dit op de heuvel werd opgeheven, zorgde voor een schrikbarende salto mortale bij ruim 320 kilometer per uur. Webber zou ongedeerd uitstappen, maar zou drie dagen later een bijna exacte kopie van het ongeluk doormaken. Het was opnieuw een pijnlijke nederlaag voor Mercedes, dat het slechts enkele jaren daarvoor weer had aangedurfd om aan Le Mans deel te nemen.

Voor het team van Toyota vormde Le Mans de opmaat voor haar Formule 1-project. Nadat het merk in de jaren '70 en '80 al succesvol was geweest in de rallysport, zou het zich halverwege de jaren '90 gaan toeleggen op het endurance racen. In 1998 en 1999 nam het team deel en kwam ze met oud-Formule 1-coureur Ukyo Katayama in 1999 ijzig dicht bij de eindzege. Alleen BMW, dat zich eveneens voorbereidde op de Formule 1 en met hulp van het team van Williams haar Le Mans-project had opgezet, zou hen dat jaar voorblijven.

Ook dit jaar zijn er weer een aantal voormalig Formule 1-coureurs actief. Nadat hij vorig jaar als tweede eindigde voor Bentley, rijdt Johnny Herbert dit jaar wederom bij Audi, waar hij teamgenoot is van Allan McNish. JJ Lehto rijdt met een privé-Audi van Champion Racing en David Brabham komt uit voor Zytec. De meest opvallende namen komen echter voor in het lijstje van...Racing For Holland, het team van Jan Lammers. De Nederlander, die de race in 1988 op zijn naam bracht in een Jaguar, wist de beide jongelingen te contracteren: zowel Ralph Firman als Justin Wilson komt uit met een auto die toch wel een beetje rijdt onder de Nederlandse vlag. Hun teamgenoot is niemand minder dan Tom Coronel.

Het belooft dus weer een enerverend weekendje te worden in Le Mans. Duizenden fans zullen weer bezit nemen van de kampeergelegenheden langs het circuit, waar het vertier het gehele weekend dag en nacht door gaat. De race zal zoals altijd weer een uitputtingsslag zijn en pas als de laatste seconde is weggetikt, zal het zeker zijn wie de 24 Uur van Le Mans 2004 op zijn naam brengt. Racing For Holland maakt na een sterke opmars in de afgelopen jaren zeker een kans. Talent is er in ieder geval volop aanwezig.

 

 

De 24 Uur van Le Mans is al tachtig jaar een klassieker op de racekalender.

 

 

In 1923 werd op initiatief van de Automobile Club de Sarthe voor het eerst een 24-uurs race verreden in Le Mans.

 

 

In 1955 vond tijdens de race het zwaarste ongeluk uit de autosportgeschiedenis plaats. Maarliefst 82 mensen vonden de dood.

 

 

De legendarische Tazio Nuvolari won de race tweemaal aan het begin van de jaren '30.

 

 

Legendarische merken streden vanaf de jaren '50 om de eer. Hier Phil Hill in zijn winnende Ferrari van 1958.

 

 

Mark Webber maakte in 1999 tot twee keer toe een bizar ongeluk mee met zijn Mercedes CLK.

 

 

Voor Toyota vormde het Le Mans-project de opstap naar de Formule 1.

 

 

Jan Lammers contracteerde twee coureurs die vorig jaar nog op de F1-grid stonden: Justin Wilson en Ralph Firman.