www.f1-planet.com - Special: He Did It His Way
HE DID IT HIS WAY

 

 

 

Het zat er al lange tijd aan te komen, maar toen B.A.R. in oktober Takuma Sato bevestigde voor 2004 was er geen weg meer terug: Jacques Villeneuve verliet de Formule 1. Verbitterd en teleurgesteld na een aantal moeizame jaren bij het team dat eerder de uitdaging van zijn leven was. Het werd niet het einde van een loopbaan dat je een wereldkampioen zou toewensen.

 

 

 

Ieder jaar komt het wel voor dat een coureur het hoogste podium in de autosport definitief verlaat. Soms berustend en tevreden met de carričre die hij achter zich laat, maar vaker nog verlaat hij de Formule 1 met teleurstellingen en gedachten over wat had kunnen zijn. Het is inherent aan een sport dat lang niet iedereen de ambitie naar succes in vervulling ziet gaan. Maar zelfs wanneer dat wel zo is, wil dat niet zeggen dat de coureur met alleen positieve gedachten afscheid neemt. Daarvan is Jacques Villeneuve het levende bewijs. 

De carričre van de Canadees is dan ook zeer opmerkelijk verlopen. Al in zijn tweede seizoen in de Formule 1 behaalde hij het wereldkampioenschap. Gekomen vanuit de IndyCars, kreeg hij al direct een van de meest begeerde cockpits in de Formule 1, bij Williams Renault. Met het talent dat hij had, moest dat wel tot successen leiden. Het betekende echter wel dat hij daarna feitelijk zijn zelf gestelde doel al bereikt had. In plaats van het streven naar nog meer titels, koos Villeneuve vervolgens voor een veel minder voor de hand liggende route: de uitdaging van British American Racing, dat hij samen met zijn mentor Craig Pollock op zou bouwen. Pollock als teambaas, Villeneuve als rijder. Het was een missie, waarvan het zeer twijfelachtig was of die succesvol zou eindigen.

Het was voor velen een onbegrijpelijke keuze, temeer omdat hij een aanbieding op zak had om in 1999 naast Mika Hakkinen bij McLaren te gaan rijden. Maar wie Villeneuve kent, wist dat hij bewust niet voor de gemakkelijkste weg koos. Dat had hij van jongst af aan al niet gedaan. Als zoon van Ferrari-coureur Gilles Villeneuve had hij zich een veel gemakkelijkere weg door de autosportklassen kunnen banen, maar Jacques was erop gebrand zelf zijn sporen te verdienen. Iedere vergelijking met zijn vader wees hij dan ook resoluut van de hand; hij had van zijn vader de passie voor het racen geërfd, maar wilde verder zijn eigen koers varen. Sinds zijn vader in 1982 de dood vond op het circuit van Zolder had hij veelal zijn eigen keuzes moeten maken. Hoewel skiën eerst zijn voorkeur had, viel zijn oog uiteindelijk toch op het racen. Maar hoewel hij het zelf het liefst anders zag, werd er toch al snel weer de vergelijking gemaakt met zijn vader. In de Italiaanse Formule 3 kon de jonge Villeneuve echter niet aan die hoge verwachtingen voldoen. Om de hectiek als 'de zoon van' te ontvluchten, koos hij voor de Japanse Formule 3. Daar eindigde hij als tweede in het kampioenschap, waarop hij terugkeerde naar zijn geboorteland Canada, waar hij in de Formule Atlantic uit kon komen. Via dat kampioenschap belandde hij in de IndyCars, daar waar hij op 24-jarige leeftijd als jongste coureur ooit de Indianapolis 500 op zijn naam kon brengen.

Vooral door de Indy-zege vestigde hij de aandacht van de Formule 1 op zich, dat de naam Villeneuve maar wat graag terug zou zien keren. Op voorspraak van Bernie Ecclestone kreeg hij in 1995 een test aangeboden door Williams, dat daar zijn talent bevestigd zag en hem vastlegde voor 1996. In korte tijd veroverde Jacques de Formule 1. Bijna won hij, na het behalen van pole-position, in zijn eerste wedstrijd en bijna kon hij Damon Hill de wereldtitel dat jaar nog afhandig maken. Met vier overwinningen hoefde hij zich echter nergens voor te schamen. Hoewel de Williams FW18 uiterst dominant was, had hij een uitzonderlijk debuut gemaakt en belangrijke ervaring opgedaan.

Dat laatste vooral ook naast de baan. De Formule 1 is als autosportklasse in politiek opzicht met geen andere te vergelijken. Villeneuve moest hier duidelijk aan wennen. Gewend om zijn hart te laten spreken, was hij hier niet in geďnteresseerd. Organen als de GPDA, de Grand Prix Drivers Association, liet hij links liggen; als enige van de 22 coureurs. Jacques geloofde niet in de invloed en het belang van dergelijke organisaties en wenste er dan ook niet aan deel te nemen. Datzelfde gold eigenlijk ook voor sponsorverplichtingen. Het liefst zou hij ook die aan zich voorbij laten gaan, maar hij moest al snel onder ogen zien dat je daar simpelweg niet aan kunt ontkomen. Controversen ging hij niet uit de weg; hij stond voor zijn eigen mening en bleef daarbij. Dat laatste bleek vooral toen hij tijdens de rijdersparade voor de Grand Prix van Italië in 2001 voet bij stuk hield. Onder leiding van Michael Schumacher werd gepropageerd voor een veilige start van de wedstrijd, waarbij in de eerste bochten niet zou worden ingehaald. Villeneuve veegde het van tafel en noemde het onzinnig. Wat hem betreft kwam zowel hij als het publiek voor het racen.

Villeneuve heeft oprechtheid en loyaliteit hoog in het vaandel. Hij kon dan ook geen enkel begrip opbrengen voor de beruchte actie, waarmee Michael Schumacher in Jerez het wereldkampioenschap van 1997 besliste. De Duitser weerde een aanval van Villeneuve af met een verdedigende instuurmanoeuvre die bedoeld was om de Williams uit te schakelen. Het zou nooit meer goed komen tussen de twee. Zijn oprechtheid kwam hem echter ook op een forse reprimande van de FIA te staan, toen hij de reglementswijzigingen voor 1998 afdeed als 'shit' en 'een lachtertje'. 

Loyaliteit kwam vooral naar voren in het tweede deel van zijn carričre, bij British American Racing. Toen zijn manager en voormalig ski-leraar Craig Pollock de ambitie koesterde om een eigen team te starten, koos Villeneuve er na een matig seizoen 1998 bij Williams voor om hem daarin te steunen. Vanaf 1999 kwam hij voor het nieuwe team uit, maar het bleek een harde leerschool. Waar Villeneuve zelf de verwachtingen aan het begin van zijn carričre had willen temperen, legde B.A.R. de lat voor haar eerste seizoen exorbitant hoog. Chassisontwerper Adrian Reynard sprak zelfs over winkansen in de eerste race. Het team eindigde het seizoen echter met compleet lege handen; zonder punten en een fors aantal illusies armer.

Positief was echter de komst van Honda naar het team in 2000. Het vormde voor Villeneuve een belangrijke factor in de keuze om het team trouw te blijven. De Japanners bleken echter ook tijd nodig te hebben om hun ervaringen in resultaten om te zetten. 2000 werd door Villeneuve met zeventien punten niet eens slecht afgesloten, maar podiumfinishes bleven buiten bereik. Vreemd genoeg zou 2000 wel het meest succesvolle jaar van de Villeneuve-B.A.R.-combinatie blijken. In 2001 evenaarde hij de zevende plaats in het kampioenschap en behaalde hij bovendien twee podiumfinishes, maar bleef hij onder het puntenaantal van het voorgaande jaar. En hoewel het team technisch langzaam verbeterde, bleef concrete progressie uit. Vooral financieel was B.A.R. eind 2001 vooral een papieren tijger; binnen drie seizoenen was het budget met bijna 200% overschreden en moederbedrijf British American Tobacco greep in. Pollock moest het veld ruimen en voor hem in de plaats kwam Rallybaas David Richards. Het betekende voor Villeneuve het begin van het einde.

De managementwissel kon voor de Canadees niet op een slechter moment komen, want enkele maanden daarvoor had hij voor twee seizoenen bijgetekend en had hij een aanbod van Renault afgeslagen. Hij bleef het team trouw, maar dat zou in 2002 juist een enorme dip doormaken. Pas halverwege het seizoen werden door grote betrouwbaarheidsproblemen pas de eerste punten bijgeschreven. Uiteindelijk zou de teller voor Villeneuve voor dat jaar slechts op zes punten blijven steken. Grotere zorgen baarde hem echter zijn relatie met teambaas David Richards. Al snel bleek dat Richards heel duidelijke lange-termijn-plannen had met B.A.R. en daarin paste Villeneuve niet. Jacques had echter nog een contract dat hem tot het einde van 2003 aan het team bond. Ondertussen werd het vastleggen van Jenson Button groots gevierd. De jonge Engelsman werd zelfs al geroemd als toekomstig wereldkampioen.

Een brug te ver voor Villeneuve, die zich binnen B.A.R steeds meer miskend ging voelen. Hij kon de jubelstemming niet verkroppen en uitte zich in de media uiterst kritisch over zijn nieuwe teamgenoot. Daardoor hing er gedurende de wintermaanden een gespannen sfeer binnen B.A.R, dat feitelijk in twee kampen was verdeeld. Het werd Villeneuve niet in dank afgenomen. Het twijfelachtige pitradio-incident in Melbourne, waarbij Jacques tegelijk met Button naar binnen kwam voor een pitstop, gooide nog meer olie op het vuur. Naar buiten toe werd het incident door de teamleiding deskundig verbloemd, maar binnenskamers vielen harde woorden. 

Het resulteerde erin dat Villeneuve in de daaropvolgende maanden steeds meer op een eiland kwam te staan. Daarbij had hij eigenlijk alleen zijn race-engineer Jock Clear echt aan zijn zijde. Clear werkte al vanaf het allereerste begin in de Formule 1 als Villeneuves engineer; eerst bij Williams en later maakte hij tegelijk met Jacques de overstap naar B.A.R. Clear kon echter niet voorkomen dat Villeneuve in de wedstrijden keer op keer langs de kant kwam te staan met mechanische problemen. Daar waar Button met regelmaat punten behaalde voor het team, begaf de B.A.R. van Villeneuve het met de regelmaat van de klok. En zelfs wanneer die wel heel bleef, maakte Villeneuve uiterst ongelukkige wedstrijden door. Alleen in Brazilië en Italië kon hij in de punten eindigen. Twee zesde plaatsen was een wel heel schamel resultaat. De glans en glorie van zijn wereldkampioenschap lagen verder achter hem dan ooit.

De tegenvallende resultaten en, toegegeven, de vele fouten die Villeneuve maakte gedurende het seizoen deden zijn kansen op een racestoeltje elders zeker geen goed. Sinds zijn overgang naar B.A.R. was hij de best betaalde coureur na Michael Schumacher met een geschat jaarsalaris van $22 miljoen. Er was geen enkel team dat dat wilde neerleggen voor de diensten van Villeneuve. Geld was echter geen kwestie, zolang hij maar bij een competitief team terecht kon. Hij had echter de pech dat de topteams vrijwel allemaal nog doorlopende contracten hadden met hun coureurs en daar waar dat niet het geval was, bleek er geen interesse te bestaan in de Canadees. 

Ondertussen maakte B.A.R. bekend in 2004 definitief met Villeneuve te breken door Takuma Sato aan te kondigen als rijder voor het team. Het deed de deur definitief dicht. Na een laatste woordenwisseling trok Jacques nog voor de laatste wedstrijd zijn conclusies: voor het team dat hem na al die jaren zo in de steek liet, wilde hij geen minuut langer zijn leven op het spel zetten. Hij zegde af voor de laatste wedstrijd in Japan en hield het voor gezien. Geruchten over eventuele pogingen om met sponsorgelden bij Jaguar terecht te kunnen wees hij van de hand; hij zou zich nooit 'prostitueren', aldus Villeneuve. Het laatste sprankje hoop om hem er volgend jaar nog bij te hebben vervaagde. Een terugkeer in 2005 sluit hij niet uit, maar veel vertrouwen heeft hij er niet in: "Als de topteams je niet willen, zullen ze je niet plotseling willen hebben als je een jaar niks hebt gedaan." 

Daarmee lijkt een tumultueuze carričre teneinde. En met Villeneuve verdwijnt er een van de meest gepassioneerde racers van het afgelopen decennium. Een die voor alles zijn eigen keuzes wilde maken en zijn eigen doelen stelde. Het succesvol maken van B.A.R. kreeg de voorkeur boven een lonkende tweede wereldtitel. Maar hoewel dat team in de afgelopen twee seizoenen duidelijk progressie heeft geboekt, zal Villeneuve eventuele grote successen niet meer meemaken. Vooral dat laatste maakte het voor hem zo moeilijk om zijn vertrek te accepteren. Zijn sterke karakter had hem heel ver gebracht in de autosport en teleurstellingen helpen overwinnen, die anderen uit het veld zouden hebben geslagen. Maar het heeft hem, vooral in de afgelopen jaren, ook beperkt. Zijn manier van werken en no-nonsens houding stuitten op onbegrip en verzet. Dat laatste weerhield hem er uiteindelijk van om zijn ambitie, B.A.R. naar voren te helpen, te bereiken. Villeneuve heeft echter wel de eer aan zichzelf gehouden. Met het besluit om in Japan niet te racen nam hij zichzelf in bescherming en nam hij toch op een waardige manier afscheid. 

 

 

Jacques Villeneuve neemt na alle teleurstellingen bij B.A.R. afscheid van de Formule 1.

 

 

Als de zoon van Ferrari-legende Gilles Villeneuve groeide Jacques (rechtsonder) op in de autosport.

 

 

Bij zijn debuut voor Williams in 1996 kwam hij ijzig dicht bij een overwinning in zijn eerste race.

 

 

Controversen ging hij niet uit de weg , maar voor de actie van Schumacher in Jerez had Villeneuve geen begrip.

 

 

B.A.R. legde de lat voor haar eerste seizoen exorbitant hoog. Villeneuve eindigde met lege handen.

 

 

In 2000 kreeg het team versterking van Honda. Het zou Villeneuves succesvolste jaar bij B.A.R. zijn.

 

 

Jock Clear was vanaf het allereerste begin Jacques race-engineer.

 

 

De gemoederen liepen in 2003 vaak hoog op. Jacques kwam binnen het team op een eiland te staan.

 

 

Een terugkeer in 2005 sluit hij niet uit, maar heeft er weinig hoop op. De fans zullen hem missen.