www.f1-planet.com - First Gear

 Door: Stefan Zwinkels

  Drijvende kracht

 

Het weekend van de Grand Prix van Italië werd vooraf gegaan door een persconferentie van de FIA-president. De altijd besluitvaardige Max Mosley vond de tijd rijp om na de pers twee maanden eens uitleg te geven over zijn onverwachte aanblijven. Was hij in juni nog vastberaden om af te treden. ‘Nee hoor er is echt geen weg meer terug’. Nog geen twee maanden later konden alle speculaties over zijn opvolging worden stop gezet. Mosley blijft omdat hem dat dringend verzocht is door de Sporting Commission van de FIA. Zijn opvolging bleek een delicate kwestie, want binnen de FIA was er niemand die voldoende steun genoot om hem op te volgen.

Nu kwam dat Mosley zeker niet ongelegen. Door zijn voornemen om er per 1 oktober mee op te houden dreigde hij zijn kruistocht voor de hervorming van de Formule 1 niet te kunnen doorzetten. De teams kunnen maar niet tot overeenstemming komen over het technische reglement van 2005. Dat terwijl het inmiddels al half september is en de diverse ontwerpafdelingen al wekenlang zitten te duimen draaien. Zij kunnen in feite niet aan de slag, omdat de reglementen niet zijn bevestigd. Bij sommige teams zijn ze maar van bepaalde dingen uitgegaan om toch aan de ontwerpen van 2005 te kunnen beginnen, maar zoals het er nu voor staat hebben ze dus geen enkele garantie dat ze er uiteindelijk profijt van hebben.

Een kwalijke zaak, waarvoor de FIA-president mijns inziens een groot deel van de blaam treft. Hij begon al met voorstellen voor het seizoen 2008, voordat de regels voor de korte termijn waren opgehelderd. Sterker nog, een aantal van de punten die eigenlijk pas over drie jaar zouden worden doorgevoerd staan plotseling op de rol voor volgend jaar. Dat is dan met name op het vlak van de aërodynamica. Vanaf 2006 zou de Formule 1 dan definitief een stap terugdoen met 2,4 liter V8-motoren. 

Vooral dat laatste is iets wat de diverse motorenleveranciers tegen de borst stuit. Niet alleen worden krachtbronnen onderhevig aan verregaande restricties, als het aan de FIA lag zouden de motorenleveranciers bovendien verplicht zijn om motoren gratis ter beschikking te stellen aan andere teams. En dat is iets waar de fabrikanten logischerwijs voor passen. Al dan niet met een eigen team investeren zij honderden miljoenen om zowel technisch als commercieel de vruchten te kunnen plukken, maar op beide gebieden zien ze zich beperkt door de FIA.

Met name BMW en Honda zijn verre van te spreken over de houding van Mosley en dreigen de Formule 1 te zullen verlaten als die reglementen bewaarheid worden. In zijn persconferentie zei Mosley er niet op aan te willen sturen dat motorenleveranciers vertrekken, maar realiteitszin ontbreekt. Mosley doet het voorkomen alsof de motorenleveranciers blij en vereerd moeten zijn dat ze zich met de Formule 1 mogen associëren. Maar niets is minder waar: zij zijn letterlijk de drijvende krachten achter de Formule 1. Ze staan samen garant voor 48% van de totale investeringen in de sport en voorzien de teams van een onschatbare hoeveelheid knowhow. Bovendien dragen ze belangrijk bij aan de uitstraling van de sport, die voor andere sponsors reden is om in de sport te investeren.

Mosley’s pogingen om de sport te overheersen onder het mom van veiligheid getuigen dan ook van een hoge mate van kortzichtigheid en arrogantie. Wanneer de motorenleveranciers onvoldoende perspectief zien zullen ze de Formule 1 inderdaad verlaten, wat de sport in een negatieve spiraal zou brengen. De grote kracht van de Formule 1 is momenteel het enorme spanningsveld tussen de verschillende merken. Wanneer er drie of vier uit zouden stappen zou dit het voor de overblijvende fabrikanten eveneens minder aantrekkelijk zijn om te blijven. Ze kunnen hun prestaties immers minder tegen concurrenten afzetten en zouden bovendien voor een groter deel van het veld moeten instaan.

Als je vorige week in Zandvoort zag hoe sterk de DTM in populariteit is toegenomen, dan besef je dat de Formule 1 hier niet langer haar ogen voor kan sluiten. Het is in de autosport veruit de meest kapitaalintensieve tak die veel druk legt op de besturen van de fabrikanten om het te kunnen verantwoorden. De fabrikanten zijn tot veel bereid, maar wanneer het vanuit kostenbatenoogpunt niet meer aantrekkelijk is, zullen ze gaan. Zeker nu zich met GP2 en DTM andere autosportklassen aandienen die vele malen goedkoper zijn, zou Mosley er goed aan doen nog maar eens met de teams om de tafel te gaan zitten voordat hij zijn zoveelste serie radicale veranderingen doordrukt.

Groeten,

         Stefan